Wat wij tijd noemen, lijkt vaak iets dat buiten ons om verstrijkt.
Maar vanuit mijn benadering verschijnt tijd niet als een zelfstandig gegeven, eerder als een relatie.
Er is een waarnemer. Er is een waarneming. En er is het verschil tussen wat ervaren wordt en hoe dat ervaren wordt. In die verhouding ontstaat tijd.
Dat betekent niet dat er niets gebeurt. Het betekent dat wat wij als tijd ervaren, niet losstaat van positie, perspectief en bewustzijn.
Vanuit directe waarneming en deductie wordt zichtbaar dat wat wij beleven altijd al een verwerking is van wat net geweest is. De realisatie daarvan vindt plaats in een persoonlijk nu. Niet als meetpunt op een klok, maar als plaats waar ervaring samenkomt.
In dat licht is tijd geen stroom die langs ons heen loopt. Eerder bewegen wij door een veld van verandering, waarbij de ervaring van tijd ontstaat uit relatie.
Waar je staat, bepaalt wat je ziet. En wat je ziet, bepaalt hoe iets voor jou waar lijkt.
Wat als vast en objectief wordt ervaren, blijkt afhankelijk van standpunt. Niet omdat alles willekeurig is, maar omdat waarneming nooit losstaat van degene die waarneemt.
Dit inzicht komt voor mij niet voort uit theorie, maar uit het volgen van perceptie zelf. Door te kijken naar hoe zien ontstaat, hoe interpretatie zich vormt, en hoe ervaring zich aandient, wordt zichtbaar dat perspectief niet een detail is, maar een bepalende factor.
Relativiteit is daarin geen concept op zichzelf, maar een gevolg van hoe waarneming werkt.