AR 2002 → 2025

Augmented Reality 2002–2025
— een pragmatische herlezing

ContextHerlezing

Inleiding

Op 14 mei 2002 rondde ik mijn scriptie over Augmented Reality (AR) af. Ik benaderde AR toen niet als gadget of sciencefiction, maar als een verschuiving in infrastructuur: een laag die context toevoegt aan de werkelijkheid en daarmee gedrag, organisatie en economie beïnvloedt.

Drieëntwintig jaar later is het relevant om die tekst opnieuw te lezen. Niet om te claimen dat ik “visionair” was, maar om nuchter te laten zien welke vragen uit 2002 nu — in 2025 — op tafel liggen als maatschappelijke en beleidsvraagstukken.

Deze pagina is een herlezing: wat werd realiteit, waar ontstond nieuwe frictie, en wat is nog in ontwikkeling.

Mens–machine-interactie rond 2000: head-mounted displays en directe koppeling tussen mens en systeem.
Mens–machine-interactie rond 2000: head-mounted displays en directe koppeling tussen mens en systeem.
2002InhoudVragen

Wat ik in 2002 al op tafel legde

De kern van mijn scriptie was dat AR niet draait om “een extra laagje beeld”, maar om een samensmelting van fysieke werkelijkheid en een dynamische, steeds bijgewerkte virtuele laag. Daarbij noemde ik expliciet dat communicatie niet alleen synchroon is, maar ook asynchroon kan verlopen — processen verschuiven van momenten naar ketens.

Draagbare computer in werkkleding (concept) — bouwvakker van de toekomst.
Draagbare computer in werkkleding (concept): de ‘bouwvakker van de toekomst’ als vroege verbeelding van wearables en contextgedreven werk.
Popculture (2002): mens–machine koppeling als verbeelding van wearables en ‘always-on’.
Popculture (2002): mens–machine koppeling als verbeelding van wearables en ‘always-on’ — dezelfde beweging, andere taal.

Inhoudelijke lijnen (2002)

  • AR als infrastructuur: niet een tool, maar een omgeving waarin context continu beschikbaar is.
  • Papier als dominante informatiedrager en de verwachting dat digitale lagen de vraag naar papier zouden verminderen.
  • Netwerkmaatschappij: informatie en dienstverlening worden keten- en netwerkgestuurd.
  • Embedded intelligence: intelligentie verschuift van “de PC” naar apparaten, objecten en omgevingen.
  • Identiteit & toegang: wie je bent (en hoe je wordt herkend) wordt een sleutel tot diensten.
  • De telefoon als overgang van communicatie-apparaat naar communicatie- én transactie-apparaat.
  • Sociaal-economische dynamiek: onderwijs, zorg, wonen, zekerheid en justitie als domeinen waar de impact zichtbaar wordt.

Waarom dat in 2025 relevant is

Veel van die onderwerpen zijn vandaag geen theorie meer, maar praktijk. Het gesprek gaat nu niet alleen over “wat kan er technisch”, maar vooral over governance: wie beheert de toegang, wie bepaalt de defaults, en welke publieke waarden blijven overeind wanneer transacties, identiteit en AI-filters de dagelijkse werkelijkheid sturen.

De grote verschuiving is dat “informatie” steeds vaker direct gekoppeld is aan “handeling”: aanvragen, betalen, toegang krijgen of juist niet.

Van toen naar nu in één zin

Waar AR in 2002 nog werd gezien als een toekomstige interface, is het in 2025 vooral een toegang- en transactielaag geworden: wat zichtbaar is, wat mogelijk is, en wat wordt vastgelegd.

2002 → 2025BegrippenTaal

Taal-evolutie: dezelfde beweging, andere woorden

In 2002 was veel van de terminologie rond AR, mobiele netwerken en digitale identiteit nog in beweging. In 2025 is de taal veranderd — en daarmee ook de manier waarop beleid, media en organisaties naar dezelfde onderliggende ontwikkeling kijken. Onderstaande mapping laat zien hoe begrippen zijn verschoven, zonder dat de kernvraag verdwijnt.

Kantoor van de toekomst (2002-beeld): early VR/AR werkplek-verbeelding.
Kantoor van de toekomst (2002-beeld): vroege verbeelding van een VR/AR-werkplek — vergelijkbaar met wat later ‘headsets’ en ‘spatial computing’ werden.
2002 (woorden van toen) 2025 (woorden van nu) Wat bedoelen we in de kern? Waarom het ertoe doet (praktijk/beleid)
Augmented Reality (als “overlay”) Contextuele laag / ambient computing Digitale informatie/functionaliteit wordt onderdeel van de omgeving. Niet alleen UI, maar infrastructuur: wie beheert de laag beheert toegang.
Mobiel internet / WAP / PDA Smartphone-ecosysteem / always-on Altijd verbonden, altijd bij je, platformgestuurd. Digitale afhankelijkheid wordt basisvoorziening; storingen raken samenleving.
Locatie-gebaseerde diensten Geofencing / context awareness Waar je bent bepaalt wat je ziet, krijgt of mag. Proportionaliteit en transparantie: selectie kan sturen of uitsluiten.
Identiteit / login Digitale identiteit / wallet / passkeys Toegang en rechten zijn gekoppeld aan identificatie en verificatie. Uitsluiting en lock-in voorkomen; herstelmechanismen en alternatieven borgen.
Privacy vs veiligheid Publieke waarden / toezicht & tegenmacht Balans tussen bescherming, controle en vrijheid. Toezicht wordt schaalbaar; beleid moet grenzen, toezicht en rechtsbescherming regelen.
Monitoring / logging Surveillance capitalism / datafication Gedrag wordt meetbaar, verhandelbaar en stuurbaar. Doelbinding, dataminimalisatie en accountability zijn randvoorwaarden.
Intelligente systemen AI, algoritmische besluitvorming Systemen selecteren, prioriteren of adviseren. Bias/ondoorzichtigheid vragen om audits, uitlegbaarheid en menselijke verantwoordelijkheid.
Interface / interactie UX, defaults, dark patterns Ontwerp stuurt gedrag en keuze. Acceptatie ≠ instemming; beleid moet keuzevrijheid en “exit” borgen.
Elektronische dienstverlening Digitale overheid / end-to-end digitale ketens Van aanvraag tot besluit en betaling volledig digitaal. Ketenfouten werken door; herstelrecht, menselijke loketten en audits nodig.
Netwerkmaatschappij Platformisatie Interactie en toegang lopen via dominante tussenlagen. Standaarden, interoperabiliteit en publieke alternatieven worden strategisch.

De taal verandert, maar het patroon is herkenbaar: van “techniek” naar “infrastructuur”, en van “mogelijkheden” naar “spelregels”.

Vroege AR-visualisatie (ca. 2002): virtuele constructielagen direct over fysieke ruimte geprojecteerd.
Vroege AR-visualisatie (ca. 2002): virtuele constructielagen direct over fysieke ruimte geprojecteerd.
ARInfrastructuurlaag

1) AR als infrastructuur

2002

Ik beschreef AR niet primair als een visuele gimmick, maar als een digitale laag bovenop de werkelijkheid die context toevoegt. Cruciaal daarbij: die laag beïnvloedt gedrag — wat iemand ziet, bepaalt mede wat iemand doet.

Ik stelde dat het onderscheid tussen informatie en actie zou vervagen: informatie zou steeds vaker direct leiden tot keuzes, beslissingen en transacties.

2025

Die verschuiving is dagelijkse realiteit. AR manifesteert zich vandaag niet alleen als overlay, maar als toegangspoort: camera’s die herkennen, accounts die identificeren, netwerken die valideren, en systemen die toestaan of weigeren.

De kernvraag is vaak niet meer: wat zie ik? maar: wat mag ik doen? Toegang, permissies en transacties vormen samen een nieuwe realiteitslaag.

AR als interactieve informatielaag: fysieke objecten als toegang tot digitale content.
AR als interactieve informatielaag: fysieke objecten als toegang tot digitale content.
ModelBesturing

2) Van ICT naar ICTT

In mijn oorspronkelijke werk maakte ik onderscheid tussen drie lagen:

  • Informatie — wat is er?
  • Communicatie — wie wisselt wat uit?
  • Transactie — wat verandert er daadwerkelijk?

Mijn stelling was dat technologie steeds meer richting die derde laag zou schuiven: niet alleen weten en praten, maar handelen zou worden gedigitaliseerd.

In 2025 blijkt dat model nog steeds bruikbaar. Veel digitale diensten draaien niet om content, maar om transacties: toegang tot zorg, onderwijsinschrijvingen, betalingen, vergunningen, identiteit en verificatie. AR — in brede zin — is hier de schakel tussen fysieke aanwezigheid en digitale handeling.

Intelligent voertuig (2002-concept): context, locatie en autonomie gecombineerd.
Intelligent voertuig (2002-concept): context, locatie en autonomie gecombineerd.
AdoptieUX

3) Acceptatie en frictie

2002

Ik constateerde dat adoptie zelden puur rationeel is. Systemen worden niet alleen geaccepteerd omdat ze logisch of wenselijk zijn, maar omdat de drempel laag is, alternatieven verdwijnen en sociale druk toeneemt.

2025

Die frictie is niet verdwenen, maar vaak ontworpen: gebruikerservaring (UX), standaardinstellingen en funnels sturen gedrag subtiel maar effectief. Acceptatie betekent geregeld: geen realistisch alternatief hebben. Daarmee groeit het belang van transparantie, keuzevrijheid en “exit”.

Waar technologie vroeger vooral “werkt of niet werkt” was, gaat het nu steeds vaker om ontwerpkeuzes die bepalen wat normaal wordt — en wat niet.

Publieke AR/kiosk-concepten gekoppeld aan stedelijke infrastructuur.
Publieke AR/kiosk-concepten gekoppeld aan stedelijke infrastructuur.
Commerciële kiosks: vroege transactielagen in de publieke ruimte.
Commerciële kiosks: vroege transactielagen in de publieke ruimte.
SamenlevingEconomie

4) Sociaal-economische gevolgen

Wonen en werken

Wat in 2002 nog speculatief was, is nu genormaliseerd: wonen en werken zijn structureel vervlochten. De woning is voor velen ook werkplek geworden. Tegelijk ontstaan nieuwe afhankelijkheden: updates, abonnementen en cloud-diensten bepalen mede de functionaliteit van de fysieke leefomgeving.

Onderwijs

Zelfstandig leren, digitale leeromgevingen en monitoring waren destijds aandachtspunten. In 2025 zijn AI-systemen, online toetsing en leeranalytics gemeengoed. De opbrengst is efficiëntie; de keerzijde is afhankelijkheid en een voortdurende discussie over autonomie en privacy.

Veiligheid en justitie

De ruil tussen veiligheid en privacy is in 2025 een structureel beleidsvraagstuk. Camera’s, data-analyse en AI maken toezicht goedkoop en schaalbaar. Tegelijk groeit de behoefte aan verantwoording, proportionaliteit en menselijke toetsing.

Medische AR-concepten uit de jaren ’90: realtime beeld en navigatie tijdens ingrepen.
Medische AR-concepten uit de jaren ’90: realtime beeld en navigatie tijdens ingrepen.
2025Publieke waardenGovernance

Waarom dit nu beleid vraagt

De “AR-laag” van 2025 is zelden een bril. Het is een combinatie van camera, netwerk, account, permissies en transactie. Daarmee verschuift de discussie van innovatie naar verantwoordelijkheid: wie de transactielaag beheert, beheert in de praktijk toegang tot diensten, rechten en geldstromen.

Vragen die in 2025 op tafel liggen

  • Digitale identiteit: hoe voorkom je uitsluiting en afhankelijkheid van één partij?
  • Transparantie: welke regels bepalen ranking, selectie, triage en toekenning?
  • Rechtsbescherming: hoe herstel je fouten in ketens (data die doorwerkt in meerdere systemen)?
  • Keuzevrijheid: is er een realistische “exit”, alternatief kanaal of menselijk loket?
  • Proportionaliteit: waar ligt de grens tussen gemak, toezicht en profilering?

Waar het vaak schuurt

In de praktijk ontstaat frictie wanneer systemen “normaal gedrag” afdwingen via defaults, of wanneer de keten zo complex is dat niemand nog eindverantwoordelijkheid voelt. Tegelijk kan dezelfde infrastructuur enorme publieke winst opleveren (toegankelijkheid, snelheid, continuïteit) — mits de randvoorwaarden kloppen.

Beleidsmatig gaat het dus niet om ‘voor of tegen technologie’, maar om spelregels: standaarden, toezicht, auditability en menselijke maat.

Conceptuele schets (2002): ‘office of the future’ — samengaan van waarneming, analyse en besluitvorming.
Conceptuele schets (2002): ‘office of the future’ — samengaan van waarneming, analyse en besluitvorming.
OrdeningToetsing

5) Matrixen: van verwachting naar werkelijkheid

In 2002 werkte ik met schema’s en matrixen om ontwikkelingen te ordenen. In 2025 gebruik ik dezelfde logica, met een extra nadruk op realisatie, frictie en open eindes. Hieronder staan drie matrixen die de kern van de herlezing structureren.

Matrix A — Rode draden (conceptueel)

2002: stelling / verwachting Mechanisme 2025: wat werd realiteit? 2025: nieuwe frictie In ontwikkeling
Informatie en actie groeien naar elkaar toe: informatie wordt handelingsstap. Context + interface + netwerk maken “doen” direct. Veel diensten zijn ontworpen als accountpermissiestransactie i.p.v. alleen content. Toegang wordt macht: lock-in, uitsluiting, fouten in data hebben directe gevolgen. Interoperabiliteit, portabiliteit, auditbaarheid en tegenmacht.
Loskoppeling van tijd en plaats: processen worden (deels) asynchroon en op afstand. Netwerk, cloud, mobiele devices. Hybride werken en digitale loketten zijn genormaliseerd. Altijd-aan cultuur, afhankelijkheid van platformen, storingen met grote impact. Veerkracht (fallbacks), betrouwbaarheid, publieke alternatieven.
Context-personalisatie: systemen gaan selecteren wat relevant is. Sensoren + profielen + AI-filtering. Feeds, aanbevelingen, geofencing en assistenten sturen aandacht en keuze. Filterbubbels, manipulatie (dark patterns), bias en ondoorzichtigheid. Transparantie-eisen, model-audit, “explainability”, humane defaults.
De digitale laag wordt “overal”: infrastructuur wordt vanzelfsprekend. Miniaturisatie, schaal, standaardisatie. AR is vaak impliciet: camera’s, QR’s, kaartlagen, authenticatie flows. Onzichtbare afhankelijkheden: update-regimes, abonnementen, vendor control. Open standaarden, privacy-by-design, minimale data, decentraal waar kan.

Leeswijze: niet als “voorspelling”, maar als structurering van wat we nu als normaal en als probleem ervaren.

Matrix B — Domeinen (sociaal-economisch)

Domein 2002: kernvraag 2025: realiteit Frictie / risico Wat is nog open?
Wonen & werken In hoeverre verschuift de functie van de woning naar werk- en netwerkplek? Hybride werk en thuis-infrastructuur zijn breed genormaliseerd. Werk/privé vervaagt; afhankelijkheid van cloud en platformregels. Recht op offline, werkgeversverantwoordelijkheid, publieke basis-infra.
Onderwijs Hoe beïnvloeden digitale omgevingen leren, beoordeling en autonomie? Digitale leerplatforms + AI-hulpmiddelen zijn alledaags. Privacy, surveillance-achtige monitoring, afhankelijkheid en ongelijkheid. Heldere kaders: dataminimalisatie, transparantie, pedagogische regie.
Zorg Wat gebeurt er als toegang tot zorg via digitale routes loopt? Portalen, triage, teleconsult en keten-IT zijn gemeengoed. Uitsluiting bij lage digitale vaardigheid; datalek-risico; administratieve druk. Toegankelijkheid, fallback-kanalen, regie over data en toestemming.
Justitie & veiligheid Hoe weegt veiligheid tegen privacy wanneer monitoring goedkoop wordt? Camera’s, data-analyse en AI-ondersteuning schaalbaar. Function creep, bias, druk op rechtsbescherming. Proportionaliteit, toezicht, menselijke toetsing, publieke verantwoording.
Publieke dienstverlening Wat als “de loketten” digitaliseren en transacties centraal worden? Digitale loketten en identiteitsflows bepalen toegang. De facto verplichting; complexiteit; fouten stapelen door in ketens. Eenvoud, begrijpelijkheid, herstelrecht, menselijk alternatief.

Matrix C — Techniek, governance en controle

Bouwsteen 2002: betekenis 2025: rol in de praktijk Kwetsbaarheid Noodzakelijke tegenkracht
Identiteit Wie ben je in een contextlaag? Account- en device-koppeling is vaak toegangspoort tot diensten. Uitsluiting, koppeling van datasets, identiteitsfraude. Heldere grenzen, minimale data, herstelmechanismen.
Context / locatie Waar ben je, wat is relevant? Geofencing, personalisatie en risicoprofielen sturen aanbod. Onzichtbare sturing, profilering, bias. Transparantie, opt-out waar mogelijk, controleerbare criteria.
Transactie Digitale handeling verandert werkelijkheid. Van aanvraag tot betaling: steeds vaker end-to-end digitaal. Fouten escaleren; keteneffecten; beperkte menselijke correctie. Audit trails, bezwaar/beroep, humane escalatiepaden.
AI-filtering Selectie van relevantie en prioriteit. Assistenten, ranking, detectie en triage beïnvloeden beslissingen. Ondoorzichtigheid, bias, automatisme. Model-audits, uitlegbaarheid, menselijke verantwoordelijkheid.
Platformmacht Nieuwe infrastructuur vraagt governance. Private platforms bepalen standaarden, toegang en UX-normen. Lock-in, eenzijdige regels, beperkte exit. Interoperabiliteit, open standaarden, publieke alternatieven.
ConclusieMenselijke maat

6) Slotbeschouwing

Terugkijkend zie ik mijn scriptie uit 2002 niet als een voorspelling, maar als een analyse van onderliggende bewegingen. Die bewegingen — richting context, transactie en infrastructuur — zijn doorgezet.

Wat in 2025 centraal staat, is niet de technologie zelf, maar bestuur, verantwoordelijkheid en menselijke maat. AR is geen speeltje meer; het is een structurerend principe geworden. De uitdaging ligt nu niet alleen in innovatie, maar in het zorgvuldig vormgeven van de werkelijkheid die deze systemen mede creëren.

Deze herziening is bedoeld als bijdrage aan dat gesprek — nuchter, analytisch en open voor verdere ontwikkeling.

↑ Naar boven